Onlangs verscheen het rapport ‘Buitenspel: de uitvoering voor jongeren in WW of bijstand’, van de Inspectie Sociale zaken en Werkgelegenheid. De hoofdconclusie luidt dat gemeenten in de uitvoering van de WWB voor jongeren onvoldoende invulling geven aan een aantal wettelijke verplichtingen en daarmee voorbij gaan aan de doelen die de wetgever beoogt. Hierin ziet de Inspectie een reëel risico voor jongeren die aan het begin van hun carrière staan. Een meer activerende en integrale uitvoering is volgens de Inspectie geboden. Dit is natuurlijk een landelijk rapport en er wordt niet specifiek ingegaan op de situatie in Rijswijk. Maar de fractie van der Horst vindt deze conclusie zorgelijk en vindt het daarnaast zaak om zo snel mogelijk helder te hebben of en hoe de conclusies betrekking hebben op Rijswijk. Ook al, omdat zoals door ons bij de behandeling van de kadernota gemeld, we ons geld goed willen besteden maar vooral omdat we jongeren zo goed mogelijk willen ondersteunen in hun zoektocht naar werk.

De fractie van der Horst wenst hierover, op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de raad van de gemeente Rijswijk, de volgende schriftelijke vragen te stellen:

 

1. Is het college op de hoogte van het rapport en wat is de mening van het college over de conclusies uit het rapport?

 

2. De gemeente is verplicht om een gezamenlijk plan van aanpak te maken met de jongere. Uit het onderzoek blijkt dat een groot gedeelte van de jongere dit plan van aanpak helemaal niet kent en dat er geen evaluatie plaatsvindt. Pas als een jongere zich herkent in een Plan van Aanpak en zelf hierbij betrokken is, ontstaat eigenaarschap. Kan het college aangeven wat de Rijswijkse praktijk is ten aanzien van dit Plan van Aanpak? Zijn er cijfers over de manier waarop het plan van aanpak in Rijswijk wordt toegepast?

 

3. Als het gaat over de sollicitatieplicht blijkt dat ongeveer de helft van de jongeren die niet zijn vrijgesteld geen afspraken heeft gemaakt met de klantmanager over het type en hoeveelheid sollicitaties. Het blijkt ook dat gemeenten vaak alleen toetsen op aantallen sollicitaties en niet op type, waardoor het kan voorkomen dat jongeren of op de verkeerde vacatures solliciteren of ‘nep sollicitatiebrieven’ schrijven. Wat is de Rijswijkse praktijk? Hoe wordt in Rijswijk getoetst op sollicitaties?

 

4. De Inspectie zegt dat gemeenten te weinig controleren op de wettelijke verplichting voor uitkeringsgerechtigden om, naar vermogen, algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden en te behouden. Het beeld komt naar voren dat een relatief groot deel van de jongeren vooral is gemotiveerd voor een baan die ze leuk vinden, en zich daardoor onvoldoende breed opstelt in hun zoektocht naar werk. Kan het college aangeven of dit fenomeen ook in Rijswijk voorkomt? Hoe wordt hier in Rijswijk op gestuurd? Is het college het met  fractie van der Horst eens dat jongeren in de bijstand zo snel mogelijk werk moeten accepteren en niet moeten wachten totdat iets voorbij komt dat ze leuk vinden?

 

5. Het rapport raadt gemeenten aan het instrument Werkmap (normaliter gebruikt door het UWV voor WW-uitkeringen) ook te gebruiken voor het verstrekken van bijstand. Hoe kijkt het college tegen deze aanbeveling aan? Is het college van plan het instrument Werkmap ook te gebruiken in Rijswijk als dat nog niet het geval is?

 

 

6.  Het rapport van de Inspectie SZW bevat stevige conclusies ten aanzien van Nederlandse gemeenten in het algemeen. Is het college het met fractie van der Horst eens dat het goed is om de Inspectie SZW, of een andere instantie, te vragen een onderzoek te doen specifiek naar de Rijswijkse praktijk ten aanzien van de begeleiding van jongeren in de bijstand? Zo nee, waarom niet?