Aan: Burgemeester en Wethouder van de Gemeente Rijswijk
In het bijzonder wethouder Ronald van der Meij
Ter kennisgeving naar de Gemeenteraad

Rijswijk, 18 februari 2016
Onderwerp: het glazen huis

Geachte College van B&W,

Uit de media heeft u inmiddels begrepen dat er een groot geschil is ontstaan tussen het bestuur van de Vereniging van Eigenaren van het woonproject “de Sfinx” en “Rijswijk Wonen”.

Kort samengevat:

In een ledenvergadering uitgeschreven door de VVE heeft men besloten een “glazen huis” te plaatsen binnen het woonproject omdat het atrium, met name in de koude wintermaanden onbruikbaar is voor sociale bijeenkomsten voor de bewoners en eventuele omwonenden.

Tijdens deze vergadering was een vertegenwoordiger van Rijswijk Wonen aanwezig maar die heeft zich onthouden van een stem, zonder dit toe te lichten.

Het voorstel werd door de leden van de VVE aangenomen en is men aan de slag gegaan met het realiseren van het “glazen huis” waar de bewoners sociale en culturele bijeenkomsten kunnen organiseren.

Het “glazen huis” is door de brandweer op veiligheid gecontroleerd en is op nog kleine aanpassing, geschikt voor het beoogde gebruik.

Rijswijk Wonen heeft, om procedurele redenen, in haar wijsheid besloten het bestuur te ontzetten, zelf daar wat bestuurders neer te zetten, het huis te laten verwijderen en de reeds uitgegeven kosten van 30.000 euro hoofdelijk te verhalen op de leden van het bestuur.

Je moet maar durven, kosten individueel verhalen op toegewijde bestuurders.


Vervolgens:
Tegen de redactie van Omroep Rijswijk / Feel Good Radio heeft op 17 februari j.l. wethouder Ronald van der Meij de volgende verklaring gegeven:
Het college van B & W van Rijswijk kan geen bemiddelende rol spelen in het conflict tussen corporatie Rijswijk Wonen en de Vereniging van Eigenaren van woongebouw de Sfinx, met als inzet de glazen ontmoetingsruimte die de VVE in het atrium van het woongebouw heeft laten plaatsen. Wethouder Ronald van der Meij: “We hebben het er in het college over gesproken, en we zijn van mening dat we hierin geen positie kunnen hebben.”

Met deze opvatting/verklaring kan wethouder Van der Meij niet wegkomen.

Het moge bekend zijn dat veel, met name oudere bewoners, destijds tot aankoop van een woning zijn overgegaan, vanwege de plannen dat er beneden welzijnsorganisaties zouden worden gevestigd en een ontmoetingsruimte voor de wijk en bewoners zou worden gerealiseerd.

Het vorige college heeft zich uit dit project terug getrokken en heeft hiervoor een forse kosten gemaakt. Een en ander is wethouder Van der Meij zeker bekend. Daar rust zeker een staartverplichting op

Immers, een wethouder is er in het eerste geval voor het welzijn van de inwoners van Rijswijk, dus ook voor de bewoners van het flatgebouw de Sfinx.

Het kan daarom nooit teveel gevraagd zijn dat deze wethouder in gesprek gaat met de bestuursleden van de VVE en bewoners van de Sfinx en vervolgens het gesprek aangaat met het bestuur van Rijswijk Wonen.

In goed Nederlands noemen wij dit “mediation”.

In het goed gesprek tussen partijen, met als uitgangspunt, de gerechtvaardigde wensen van de bewoners voor het behoud van het “Glazen Huis” zodat zij dit eindelijk in gebruik kunnen nemen.

Immers, in deze tijden is het goed dat burgers elkaar ontmoeten en betrokken blijven bij de maatschappij. Het in gebruik nemen van het “Glazen Huis” is hier een uitstek initiatie en zou als voorbeeld voor anderen moeten dienen.

Verder zou de wethouder een bemiddelende rol moeten spelen om de verhoudingen tussen het bestuur van de Vereniging van Eigenaren en Rijswijk Wonen te herstellen door het maken van goede afspraken in de toekomst.

Tot slot hechten de schrijvers van deze brief grote waarde aan een goede samenwerking en verstandhouding met Rijswijk Wonen, maar een onwrikbaar starre houding vanuit deze organisatie draagt daar niet aan bij.

Gaarne vernemen wij wanneer de eerste gesprekken tussen de bewoners en Rijswijk Wonen gaan plaatsvinden

Met vriendelijke groet,

Ger Kruger (Beter voor Rijswijk)

Henny Van der Horst (partij van der Horst)

Johanna Besteman (CDA)